Welkom | Verschijnselen | Oorzaken | Samenhang | Schoolomgeving | Theoretisch Kader | Interventie | Referenties & Links
 
 

Verschijnselen



Wat motivatie precies is, is moeilijk te beschrijven. Er zijn veel definities van motivatie in omloop en er is geen duidelijke consensus over de definitie. Waar men het over het algemeen over eens is, is dat motivatie iets is dat zich in het hoofd van personen afspeelt. Motivatie is dus niet direct meetbaar in gedrag. Er zijn wel gedragingen waaruit motivatie afgeleid kan worden en die aanwijzingen kunnen zijn voor problemen met de motivatie (Pintrich en Schunk, 2002). Uiteraard hangt van de definitie van motivatie af welke gedragingen als indicatoren gelden. In onderstaande tekst staan de gedragingen die in de meeste theorieën op enige wijze naar voren komen.

Wanneer leerlingen geen aandacht besteden aan de les, hun leermateriaal niet organiseren of het geleerde niet herhalen, lukraak of geen aantekeningen maken, niet nagaan of ze het geleerde ook daadwerkelijk begrijpen of geen hulp vragen wanneer zij bepaalde leerstof niet begrijpen, dan kunnen deze gedragingen allemaal aanwijzingen vormen voor motivatieproblemen. Uiteraard duiden uitspraken als “Ik vind dit vak niet leuk” en “Ik ben niet gemotiveerd voor dit vak” op een lage motivatie. Wanneer een kind spijbelt en dus enkele uren op een dag of hele dagen niet naar school gaat, kan dit ook een duidelijke aanwijzing zijn dat er problemen zijn met de motivatie van de leerling (Lens en DeCruyenaere, 1991; Pintrich en Schunk, 2002). Ook wanneer leerlingen melden van school af te willen, zonder diploma, is de kans groot dat er sprake is van motivatieproblemen (Lan en Lanthier, 2003).
De motivatie kan per schoolvak verschillen (Pintrich en Schunk, 2002): leerlingen kunnen bijvoorbeeld wel gemotiveerd zijn voor Engels en Nederlands, maar niet voor wiskunde en natuurkunde. Er is dus niet noodzakelijk sprake van een algemene hoge of lage motivatie om te leren.

Er zijn over het algemeen een aantal aanwijzingen voor motivatie. In onderstaande tabel zijn deze aanwijzingen aangegeven.


Tabel: Aanwijzingen voor motivatie (Pintrich en Schunk, 2002).

Uit de tabel is af te leiden dat wanneer men zegt niet voor bepaalde taken te kiezen, geen of geringe inspanning levert voor een taak, korte tijd aan een taak werkt of opgeeft wanneer men obstakels tegen komt, dit kan duiden op problemen met de motivatie.
Dit hangt tevens samen met andere gedragingen die genoemd worden ten aanzien van een lage leermotivatie. Wanneer een leerling geen of (te) lage doelen stelt wat betreft een taak, kan dit ook een aanwijzing vormen dat men niet gemotiveerd is om de taak uit te voeren. Daarnaast speelt de mate waarin men denkt controle te hebben over een situatie een rol. Wanneer leerlingen aangeven dat zij ondanks eventuele inspanning het vak niet kunnen halen of aangeven te denken dat het halen van het vak buiten hun controle ligt, is er vaak sprake van problemen met de motivatie voor de taken waarover men spreekt. Ook wanneer men aangeeft weinig waarde te hechten aan bepaalde taken, wijst dit op dergelijke problemen (Pintrich en Schunk, 2002).

Naast bovenstaande is bij motivatie, en zeker voor motivatie om te leren, een onderscheid in intrinsieke en extrinsieke motivatie van belang. Intrinsieke motivatie wijst erop dat men iets wilt leren om het leren zelf: men is geïnteresseerd in de inhoud van de taak. Bij extrinsieke motivatie is men gemotiveerd om te leren omdat men er een beloning van buitenaf door krijgt, bijvoorbeeld een cijfer of diploma of een compliment van een belangrijke persoon. In onderstaande schema, gebaseerd op de zelfdeterminatie-theorie van Ryan en Deci, worden de typen motivatie, de processen die ermee geassocieerd zijn en de waargenomen locus van causaliteit (of men denkt dat de oorzaak intern of extern is) aangegeven (Pintrich en Schunk, 2002).



Bij de geassocieerde processen en waargenomen locus van causaliteit kan men zien welke gedragingen kunnen wijzen op motivatieproblemen. De problemen zijn meestal het grootst bij de gedragingen onder amotivatie en er zijn meestal geen problemen met motivatie wanneer er sprake is van intrinsieke motivatie. Wanneer men dus zegt dat bepaalde taken niet relevant zijn of wanneer men niet de intentie heeft om iets te leren, dan is er waarschijnlijk sprake van een gebrek aan motivatie. Dit komt overeen met gedragingen die wij al eerder noemden (Dickinson, 1995; Pintrich en Schunk, 2002).

Martin (2004) heeft onderzocht of er tussen jongens en meisjes verschillen zijn in de soort en/of de hoeveelheid leermotivatie. Hij maakt hierbij gebruik van een aantal indicatoren voor een hoge dan wel lage motivatie. De indicatoren voor een hoge motivatie zijn geloven in jezelf, een focus op leren, waardering van school, persistentie, planning en leermanagement. De indicatoren voor een lage motivatie zijn zelfsabotage (dingen doen die de kans op succes op school verkleinen, zoals uitstelgedrag), faalvermijding (huiswerk enkel maken om te voorkomen dat men slecht presteert of om te voorkomen dat anderen dat denken), lage controle (onzekerheid over hoe men goed moet presteren of hoe men moet vermijden dat men slecht presteert) en angst (gevoelens van nervositeit en piekeren). Wanneer deze laatste indicatoren zich voordoen, dan kan er sprake zijn van motivatieproblemen.
Uit het onderzoek van Martin (2004) komt naar voren dat er sekseverschillen zijn in de hoeveelheid motivatie. Over het algemeen zijn meisjes meer gemotiveerd dan jongens en vertonen jongens meer motivatieproblemen. Wat betreft de soort leermotivatie heeft hij geen fundamentele verschillen gevonden tussen jongens en meisjes.

Al met al zijn er hier een aantal gedragingen genoemd die kunnen duiden op motivatieproblemen. Omdat motivatie (nog) niet precies gedefinieerd is en motivatie een intern proces is en niet direct zichtbaar is, kunnen motivatieproblemen alleen worden afgeleid uit ander gedrag.
Wij willen opmerken dat bovenstaande gedragingen afgeleid zijn uit verschillende verklaringsmodellen voor motivatieproblemen. Daarnaast kunnen de gedragingen duiden op andere problemen, die eventueel een invloed kunnen hebben op en/of beïnvloed kunnen worden door de motivatie (Pintrich en Schunk, 2002).

Enkele problemen die kunnen samenhangen met motivatieproblemen staan vermeld onder samenhang. Mogelijke oorzaken van motivatieproblemen zijn tevens op deze site vermeld. Hoe de verschijnselen specifieker beschreven en verklaard worden vanuit verschillende theorieën is te vinden in het theoretisch kader. Manieren om de motivatie van de leerlingen te verhogen zijn te vinden onder interventie.