Welkom | Verschijnselen | Oorzaken | Samenhang | Schoolomgeving | Theoretisch Kader | Interventie | Referenties & Links
Leerproblemen | Gedragsproblemen
 
 

Samenhang


Voor kinderen met motivatieproblemen is school een constante bron van frustratie. Dit kan gevolgen hebben op vele gebieden (Ames, 1990). Ook kunnen kinderen met verschillende leer- en gedragsproblemen motivatieproblemen ontwikkelen door herhaald falen, het niet kunnen voldoen aan de norm en vervolgens het ontwikkelen van een gevoel van hulpeloosheid. Hier zal beschreven worden welke andere problemen kunnen samengaan met motivatieproblemen.


Leerproblemen


Een geschiedenis vol frustratie over beperkt academisch succes en het vooruitzicht van het niet kunnen voldoen aan de norm, brengt voor de leerling met leerproblemen vaak motivatieproblemen met zich mee. Kinderen met leerproblemen maken door herhaalde faalervaringen vaak niet de connectie tussen eigen inspanning en succes. Ook zien ze vaak niet de voordelen van het op school blijven, hebben ze moeite om zich tot leren te zetten, hebben ze weinig plannen of doelen voor de toekomst en hebben ze moeite om doelen te stellen en te behouden. Hierdoor lopen kinderen met leerproblemen ook een groter risico op vroegtijdig schoolverlaten. Deze kinderen kunnen een aangeleerde hopeloosheid (learned helplesness) ontwikkelen doordat ze het verband niet leggen tussen inzet en succes en verliezen vervolgens de intrinsieke motivatie om hun competentie te tonen. Ze gaan geloven dat eventueel succes alleen kan ontstaan door externe factoren (extrinsieke motivatie) en vertonen een grote afhankelijkheid van anderen. Dit gaat vaak samen met afhankelijkheid van druk van leeftijdsgenoten (Mercer en Pullen, 2005).

  • Vroegtijdig schoolverlaten


  • Uit onderzoek blijkt dat hoe verder leerlingen in hun schoolcarrière zijn, hoe groter de samenhang is tussen motivatie en vroegtijdig schoolverlaten. Dit vroegtijdig schoolverlaten is dan ook het meest te zien aan het einde van het middelbaar onderwijs of in daaropvolgend beroepsonderwijs. Door verlies aan intrinsieke motivatie en daarbij dus het ontwikkelen van een gevoel dat ze zelf geen invloed hebben op het presteren, lijkt het afmaken van een opleiding niet meer een doel voor hen te zijn: ze zien blijkbaar de voordelen van onderwijs niet meer goed in (Mercer en Pullen, 2005; Lan en Lanthier, 2003).

  • Dyslexie


  • Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen in de automatisering van de woordidentificatie (lezen) en/of schriftbeeldvorming (spellen). Deze stoornis brengt een aantal risicofactoren en riskant probleemgedrag met zich mee, die kunnen dienen als oorzaken van motivatieproblemen (Van der Leij, 2003).

    Risicofactoren in de omgeving zijn onder andere:
    - dyslexie wordt onvoldoende geaccepteerd door ouders/leraren
    - de eisen van de omgeving passen onvoldoende bij de beperkingen van het kind
    - er zijn onvoldoende mogelijkheden voor juiste ondersteuning en begeleiding
    - er is sprake van stress in het gezin

    Risicofactoren met betrekking tot kindkenmerken kunnen zijn:
    - ADHD
    - aanwezigheid van andere specifieke ontwikkelingsstoornissen
    - aangeleerde hulpeloosheid

    Riskant probleemgedrag kan bestaan uit:
    - antisociale gedragsproblemen
    - autoriteitproblemen, conflicten met ouders en/of leerkrachten
    - spijbelen, onvoldoende band met schoolleven
    - problematische omgang met leeftijdsgenoten

  • Dyscalculie


  • Dyscalculie is een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen met het leren en vlot/accuraat oproepen/toepassen van rekenwiskundekennis (feiten/afspraken). Secundaire problemen hieraan, die samenhangen met het ontstaan van motivatieproblemen, zijn mogelijke gevolgen voor het psychosociaal functioneren. Het is dan ook van belang om vroegtijdig aandacht te besteden aan psychosociale factoren zoals twijfel aan eigen competentie en een verstoorde werkhouding (Ruijssenaars, Van Luit en Van Lieshout, 2004).

  • Hoogbegaafdheid


  • Motivatieproblemen ontstaan bij hoogbegaafde kinderen wanneer de aangeboden leerstof niet aansluit op de leerbehoeften van de leerling. Dit kan bij zowel te makkelijke als te moeilijke leerstof. Ook kunnen motivatieproblemen ontstaan wanneer de leerstof wel op het niveau van het kind is, maar het tempo waarmee het aangeboden wordt, de herhalingen en de hoeveelheid oefeningen, niet bij het kind past. Deze motivatieproblemen kunnen een verslechtering in huiswerk maken, afname van resultaten, veel ziekmeldingen, spijbelgedrag, en gedragsproblemen tot gevolg hebben. Voor beide oorzaken van motivatieproblemen, zowel niveau als tempo, geldt dat het onderwijs niet is afgestemd op de behoeften van het hoogbegaafde kind, waardoor het kind deze motivatieproblemen ontwikkelt en vervolgens ook vaak gaat onderpresteren (Mercer en Pullen, 2005).
    Sommige hoogbegaafde kinderen kunnen zich niet goed inleven in de gedachten van de andere klasgenoten. Ze denken op een andere manier en houden zich met vragen bezig waar leeftijdgenoten niet eens aan denken. Vriendschappen sluiten is voor deze kinderen dan ook erg lastig. Dit gebrek aan vriendschappen, het gevoel van eenzaamheid en vaak ook de pesterijen, brengen op hun beurt ook weer motivatieproblemen om naar school te gaan met zich mee (Mercer en Pullen, 2005).


    Gedragsproblemen


  • ADHD


  • De stoornis ADHD wordt gekenmerkt door aandachtsproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit. Door de aandachtproblemen hebben kinderen met ADHD vaak moeite om de gehele instructie tijdens lessen op te vangen waardoor ze vaak veel faalervaringen hebben in bijvoorbeeld het leren lezen, schrijven en rekenen. Ook de overmatige verbale en motorische activiteiten van deze kinderen kunnen de energie afleiden van leren en door de impulsiviteit kunnen ze veel fouten maken in taken. Het gevoel van hulpeloosheid en eventuele lage zelfwaardering (die overigens ook kan ontstaan door het niet geaccepteerd worden door klasgenoten), hebben een grote invloed op het ontstaan van motivatieproblemen (Mercer en Pullen, 2005).